Gedachtenspinsels

Zo nu en dan zal ik op deze site enkele schrijfsels plaatsen over zaken die mij bezig houden in dit leven. Ik hoop dat u zich kunt vinden in wat ik schrijf en ik hoop dat ik u kan voorzien in nieuwe inzichten en visies. Elke vorm van welgemeende kritiek is altijd welkom, graag zelfs. Een kleine voetnoot: deze site laat zich het beste weergeven met Mozilla Firefox!

Monday, March 20, 2006

Lenteverlangen

In deze dagen van aanhoudend winterweer, groeit bij de Nederlandse mens meer en meer het verlangen naar de lente. Een winter die ons weer lang genoeg geduurd heeft, doet ons uitzien naar een zonnig en warm uitbreken van de lente. Maar zodra het dan lente is, mag de zomer ook niet op zich laten wachten. En mocht vervolgens de zomer ons tegenvallen, door meteologische omstandigheden die niet geheel voldoen aan de verwachting van een goede zomer, zien wij alweer reikhalzend uit naar de geborgenheid van een gezellige winter.

Vanwaar deze tegenstrijdigheid, om een gerealiseerd verlangen te reduceren tot een verlangen naar waar men vandaan komt. Men ziet in het dagelijks leven en onze samenleving maar al te vaak, dat een verlangen uitgesproken wordt en wanneer realisatie hiervan niet geheel voldoet aan de gestelde verwachtingen, men maar als te graag terug wil naar het vertrouwde vroeger. Veel komt dit voor in de politieke voorkeur die de Nederlander uitspreekt, die veelal bepaald wordt door het presteren van de vorige coalitie en niet door een eigen onderbouwde politieke voorkeur. Het lijkt erop dat de oorzaak van een ongenoegen in deze tijd niet meer op zijn eigen waarde geschat wordt om daar dan vervolgens adequaat op te reageren, neen wij zoeken ons heil in iets tegengestelds in de hoop dat dit ons beter uitkomt.

En weer lijkt het erop dat ons Nederlandse volk niet de mogelijkheid heeft te relativeren en een situatie naar zijn waarde inschatten een zeer moeilijk punt is. Neen in plaats van te denken, waarmee je dan mogelijk een non-conformistisch standpunt moeten innemen, zoekt men een toevlucht in iets compleet nieuws, wat naar grote waarschijnlijkheid ook geen voldoening zal geven.

Thursday, March 09, 2006

Geschil

Onlangs had ik met mijn vader een conversatie over de relevantie van het wel of niet openen van coffeeshops binnen een gemeente. Deze conversatie was ontstaan na een gesprek over de, toen nog, aankomende gemeenteraadsverkiezingen, waarbij ik mij afvroeg wat het nut van christelijke partijen binnen gemeente zou zijn. Ik kon mijzelf indenken dat binnen landelijk politiek christelijke partijen nog van enig belang zouden kunnen zijn voor onze samenleving, maar zag dit niet zo sterk binnen gemeentepolitiek. Maar vader daarentegen noemde toch een paar voorbeelden van zaken die binnen gemeente politiek toch best relevant zijn om invloed op te hebben. Zo noemde hij de onderwerpen: bordeel- en drugsbeleid. Over dit drugsbeleid stelde ik me toch een aantal vraagtekens, want ik wist, dat dit dan te maken zouden hebben met het wel of niet openen van coffeeshops binnen een gemeente. Hierover verschilden mijn vader en ik toch duidelijk van mening.

Mijn vaders opinie in deze was, door het openen van coffeeshops creëer je een mogelijkheid waar mensen, op een eenvoudige manier, aan softdrugs kunnen komen. Hierdoor zouden meer mensen in aanraking komen met softdrugs, wat het aantal verslaafden in Nederland groter zou maken en daarmee ook de kosten die dat met zich meebrengt. Ook was zijn mening dat het aantal harddrugsverslaafden ook groter zou worden door het openen van coffeeshops, doordat je een mogelijkheid creëert waarmee je binnen een zogenaamd drugscircuit komt en de overstap naar harddrugs daarbinnen kleiner is.

Ik daarentegen ben toch voor een beleid die coffeeshops binnen een gemeente toelaat en wel om twee redenen. In eerste instantie is een dergelijk beleid er niet voor niets gekomen in diverse gemeentes in Nederland. Men had in die gemeentes te maken met veel overlast van drugsgebruikers die op straat hun middelen consumeerden en de daarbijbehorende dealers die hun middelen en de man proberen te brengen, met de daarbijbehorende overlast van harddrugs en aanverwante praktijken. Door het openen van coffeeshops kan je het gebruik concentreren en aanzienlijk deel van de handel op straat vervangen door die coffeeshop. Daarnaast denk ik ook dat je het aantal harddrugsgebruikers kan verminderen of in ieder geval aantal gelijk kan houden hierdoor. Namelijk, bij een gemeente waarbij men geen coffeeshop heeft, is er toch altijd een groep die een behoefte en een vraag heeft aan softdrugs. Willen ze deze verkrijgen zullen ze dit via vrienden of schimmige figuren moet doen. Zodra men in een dergelijk circuit terecht komt, is juist daar de overstap naar harddrugs en crimineel gedrag veel groter. Plus zodra iemand in een dergelijk circuit zit, de banden met eerdere vrienden en familie hoogstwaarschijnlijk minder wordt, aangezien dergelijk gedrag in de eerdere vriendenkring niet gewoon was. De sociale controle valt hiermee was en zal de cohesie met de nieuwe vriendengroep alleen maar groter worden en daarmee ook de participatie aan dubieuze praktijken daarbinnen. Men hoeft met een coffeeshop geen aanspraak meer te doen op mensen die op illegale wijze softdrugs verschaffen en men op een gemoedelijke manier genieten van een jointje, zonder de dreiging van mensen met verkeerde bedoelingen.

Saturday, March 04, 2006

Relatief

In mijn vorig schrijven ben ik geëindigd met de conclusie: als iedereen eens wat meer vermogen had te relativeren en inzicht om situaties te doorgronden, dan zouden we in Nederland een stuk vrediger met elkaar leven. Hierover was ik de avond volgend na dit schrijven, eens aan het nadenken gegaan. Want ergens bespeurde ik bij mijzelf, dat ondanks dat mijn conclusie in de betreffende kwestie een deel van de waarheid dekt, er toch een onwaarheid zat in wat ik schreef.

Ik stelde vast dat als iedereen een wat meer relativerend en inzichtelijk met situaties om zou gaan het er een stuk vrediger aan toe zou gaan in Nederland. Maar wat als dit zich nou zou voordoen? Als iedere burger in Nederland deze vermogens zich zou aanwennen, wat is er dan anders dan de vorige situatie. Namelijk: wanneer het collectief zich algeheel zou schikken, zou er relatief nog niets veranderd zijn. De problemen, angst en conflicten zullen minder worden, beschouwend vanuit de oude situatie, maar in de nieuwe situatie relatief net zo groot. Vrediger zal het dus ook niet worden, want je mening en gevoel en het omgaan daarmee in beangstigende situaties, word toch ook voor een aanzienlijk deel gevoed door het maatschappelijk referentiekader.

Bijvoorbeeld: u gaat op vakantie naar Oost-Europa, naar landen met hogere armoede en criminaliteit. U zult zich daar minder veilig voelen dan wanneer u in Nederland verkeerd. De bewoners van een dergelijk land zullen zich daar relatief gezien net zo veilig voelen als u in Nederland. Dit alles gevoed door het maatschappelijk referentiekader, die deels bepaald hoe u zich manifesteert in een samenleving.

Angst voor terrorisme is dus ook vrij logisch te verklaren hieruit. Het is een nieuw soort geweld in een land met relatief weinig criminaliteit. De angst voor terrorisme wordt hierdoor iets meer aannemelijk, maar ik blijf bij mijn eerdere standpunt: denk na en verval niet in emotionele misstappen.


Friday, March 03, 2006

Onvermogen

Afgelopen week is er in Nederland een campagne gestart en wel een campagne tegen het terrorisme. Het idee en de uitvoer daarvan, geïnitieerd vanuit onze overheid en dan met name van onze minister van binnenlandse zaken, heeft als doel het volk in te lichten over de gevolgen van terrorisme én hoe hier mee om te gaan.

Zo heeft men deze week een aantal keer de mogelijkheid gehad om op de televisie een aantal reclamespots te aanschouwen over hoe om te gaan met mogelijk terrorisme. Daarnaast hebben zestien miljoen mensen ook een 8 pagina’s tellend foldertje in haar brievenbus gekregen met daarin de tekstuele versie van het campagne-idee. In die folder worden een aantal suggesties van de hand gedaan, over hoe wij als mensen met elkaar om moeten gaan in deze terrorismegevaarlijke maatschappij, hoe te handelen bij een verdachte situatie en wordt er een aantal voorbeelden aangereikt inhoudende hoe goed de overheid haar best wel niet gedaan heeft om terrorisme in Nederland te bestrijden.

Dit alles is natuurlijk een prachtig initiatief. We leven momenteel in een maatschappij waarin de mogelijk dreiging van terrorisme groter is dan nooit tevoren en ook het volk voelt zich hier niet al te prettig onder. Daarvoor is dit een mooi duwtje in de rug van een volk dat door de grote media-aandacht aan terrorisme niet heel sterk meer op zijn benen staat. Wat mij daarentegen toch wringt is het volgende.

Wat ik mij afvroeg, toen ik gewaar werd van de eerste tekenen van de campagne, is in hoeverre hebben wij in Nederland nou werkelijk te maken gehad met terrorisme? Afgezien van één moord op een provocerende columnist en een opstandje in Den Haag, kunnen we enkel speculeren over wat mogelijk al dan niet had kunnen gebeuren. Ik vind het toch een schadelijk iets dat de overheid een door de media gecreëerde angst bij het volk, die overigens amper gebaseerd is op rationele gronden, maar enkel op emotionele zwakte, bevestigd wordt door er een hele campagne aan te wijden. Er wordt geld uitgegeven aan een probleem wat amper vormen heeft, een probleem waarover enkel gespeculeerd wordt en voor een groot deel wortels heeft in het onvermogen, en gebrek aan inzicht, hier rationeel en verstandig mee om te gaan. Toch jammer dat we dit vermogen missen, het zou er een stuk vrediger op worden in Nederland.


Thursday, March 02, 2006

Introductie

Geachte lezer,

Alvorens mijn overdenkingen, beschouwingen en visies aan u over te dragen, dien ik mij zoals dat een fatsoenlijk mens gewoon is aan u voor te stellen. Daarentegen bevinden we ons toch in een vreemde situatie. Daar men iets onderneemt met een bepaald doel en een bepaald nut, tot persoonlijke ontwikkeling of dat van een medemens of een groep daarvan, is het raadzaam, vooral wanneer het een nieuwe uitdaging betreft, deze op een juiste en een doelgerichte wijze te starten. Vreemd is dan toch dat ik mij in deze situatie genoodzaakt voel mijzelf voor te stellen en klakkeloos voorbij te streven aan het op een daadkrachtige wijze van aangaan dezer nieuwe uitdaging voor mij. Maar aangezien we hier toch te maken hebben met een medium die voor mij althans het doel heeft: mijzelf en dan met name mijn gedachten en mijmeringen over de hedendaagse ontwikkelingen en de misstappen die hierin begaan worden, te openbaren. Daar is een kleine introductie van de schrijver toch op zijn plaats. Zo verkeer ik mij momenteel in de vrije positie van student. Een positie waarbinnen ik mijzelf alle vrijheden van de wereld kan veroorloven, door de keuzemogelijkheid wel of niet van de colleges mij aangeboden te genieten. Daarentegen zijn is het toch de leerstof en de door mijn docenten opgegeven taken die mij toch min in meer in mijn vrijheid belemmeren, maar ook daarin tracht ik de inspanning te minimaliseren. De vraag die gesteld kan worden is het waarom van mijn lakse instelling. Het antwoord kan gezocht worden in mogelijke desinteresse in de studie, een teveel aan sociale verplictingen of een bovenmatige intelligentie die het leren van stof en het maken taken reduceert tot punten voor de lange termijn. Graag zou ik uitsluitsel willen geven in deze kwestie. Helaas ontbreekt het aan eigen inzicht hierop te antwoorden.